Visie

De Rustbox: naar een kalm brein bij kinderen, jongeren, cliënten en hun begeleiders.
Eric Beke – orthopedagoog MPC Terbank
Sarah Van Ransbeek – kinderpsychiater MPC Terbank

De rustbox is een blended-tool die rustbrengers voor kinderen, jongeren, cliënten en hun begeleiders samenbrengt. Blended betekent dat een online medium wordt gebruikt als ondersteuning bij face-to-face begeleiding.  Daar waar de sorrybox gericht is op het bieden van hulpmiddelen en methodieken om te werken aan herstel na een conflict, richt de rustbox zich preventiever op methodieken en modellen om samen “rustig” te worden of te blijven.
De rustbox brengt inzichten rond de werking van het stressbrein in relatie met probleemgedrag en de dynamiek tussen begeleider en kind, jongere of cliënt. Beiden hebben hun “Window of Tolerance”, een raampje waarbinnen stressvolle gebeurtenissen of innerlijke spanningen kunnen worden opgevangen. Omdat ons brein en ons lichaam in een relationele context ontwikkelen en veranderen, willen we benadrukken dat de rustbox een tool is waar je in een begeleiding samen mee werkt. Met de rustbox kan je een individuele rustplanner maken waarbij de begeleider zichzelf en de cliënt helpt te reguleren om spanningsopbouw te verlagen en zo terug binnen het “raampje” van het kalme brein te komen.
De “rust-o-theek” is een verzameling van methodieken die het kind, de jongere, de cliënt en de begeleider helpt  om hun stressniveau te reguleren. Een groot deel zijn non-verbale methodieken die de werking van onze hersenstam en limbische systeem stimuleren.
Preventie van stress: een rustig en gezond brein
Een kalm en rustig brein staat tegenover een onrustig stressbrein. Er zijn verschillende theorieën die beschrijven wat we nodig hebben als mens om zoveel mogelijk in een rustig brein en lichaam te vertoeven.
In de zelfdeterminatietheorie onderscheidt men drie fundamentele psychologische basisbehoeftes waarop je moet inzetten om een rustig brein onderhouden. Deze basisbehoeftes zijn autonomie (ik wil ruimte hebben), betrokkenheid (ik wil me verbonden voelen) en competentie (ik wil verder komen, kijk wat ik kan). Door op zoek te gaan naar het invullen van deze basisbehoeftes werk je dus aan zelfdeterminatie voor een rustig brein.

In het verlengde daarvan kan de Circle of courage helpend zijn. De Circle of Courage of de cirkel van veerkracht is een waardenkader waarbij men uitgaat van het feit dat een kind of een jongere zich maar emotioneel in evenwicht zal voelen wanneer vier universele noden beantwoord worden: erbij horen (belonging), iets kunnen (mastery), iets voor een ander kunnen doen (generosity), eigen keuzes kunnen maken (independency).
De voedingsdriehoek spoort mensen aan om gezond en evenwichtig te eten en de bewegingsdriehoek moedigt mensen aan om meer te bewegen. Maar omdat een lichaam nog gezonder is als ook de geest gezond is, heeft Gezond Leven nu ook een geluksdriehoek ontwikkeld. De geluksdriehoek bestaat uit drie bouwblokken van geluk die "als puzzelstukken in elkaar passen". Het gaat om: jezelf kunnen zijn, goed omringd zijn en je goed voelen. Jezelf kunnen zijn betekent je plek vinden, het gevoel hebben dat je (sommige) zaken onder controle hebt, dat je zelf keuzes en beslissingen kan maken: wat vind je belangrijk is het leven? Waar ben je trots op? Wat wil je nog bereiken?
Goed omringt zijn betekent: iemand hebben waar je steun bij vindt, iets kunnen beteken voor anderen, iets hebben waar je dankbaar voor bent.
Je goed voelen nodigt je uit om negatieve gedachten los te laten, niet te streng zijn voor jezelf en te weten waar je energie van krijgt. Soms ben je uit balans en dat is oké.
Door in te zetten op de drie bouwblokken van de geluksdriehoek werk je preventief aan een rustig brein.

Werking van ons stressbrein

De invloed van stress kan je begrijpen via de werking van onze hersenen. Je kan de werking van hersenen heel éénvoudig opdelen in drie delen: het reptielen-, het zoogdieren-, en het mensenbrein. Deze delen werken in normale omstandigheden goed samen en zijn op elkaar afgestemd.
Het reptielenbrein is het meest primitieve gedeelte en werkt op automatische piloot. Het is een hersengedeelte dat automatisch reageert op prikkels die emoties in ons oproepen. Het coördineert en regelt de automatische functies in het lichaam zoals de werking van het hart, de longen, endocriene systeem en immuunsysteem.
Een belangrijk onderdeel van het reptielenbrein zijn de amygdala. De amygdala functioneren als een alarmbel bij gevaar. Deze functie verloopt heel snel en dat is ook cruciaal. Als we ons in een levensbedreigende situatie bevinden, is het belangrijk snel kunnen reageren. Als de amygdala een gevaar waarnemen, of een gevaar denken waar te nemen, dan zal de daaropvolgende stressreactie sneller verlopen dan dat we kunnen nadenken over deze situatie. Het mensenbrein wordt uitgeschakeld.
Het zoogdierenbrein speelt een grote rol bij de emotionele reacties die met overleven te maken hebben. De impulsen die het reptielenbrein ontvangt, worden verder verwerkt in het zoogdierenbrein. Dit hersengedeelte is o.a. verantwoordelijk voor het maken van een inschatting van de mate van veiligheid. Ook onze andere emoties (blij, bang, boos, …) worden aangestuurd door het zoogdierenbrein.
Het reptielenbrein en zoogdierenbrein samen bepalen ons stressbrein.
In het mensenbrein bevindt zich het vermogen om te kunnen nadenken, een plan te bedenken of dingen af te wegen en erover te praten. Hier krijgt gedrag betekenis.

Heel jonge kinderen (of kinderen/jongeren en cliënten met een lage socio-emotionele ontwikkeling) ervaren de wereld vooral vanuit het reptielenbrein omdat de twee andere breinstructuren nog niet voldoende ontwikkeld zijn. Naarmate het kind ouder wordt, ontwikkelen de twee andere breinstructuren. Een kind kan dan leren zijn behoeften uitstellen of onderdrukken. De drie breinen functioneren al redelijk goed bij kinderen in de lagere schoolleeftijd, maar ontwikkelen zich verder tot in de volwassen leeftijd.

Als deze drie hersengedeelten goed samenwerken, werken de hersenen optimaal, zodat we:

  1. interne signalen kunnen opvangen om te bepalen wat ons lichaam nodig heeft, onze behoeften aan voeding, slaap, rust, ... ;
  2. een kaart kunnen creëren van de wereld zodat ze ons kunnen leiden naar de plek waaraan deze behoeften kan worden voldaan;
  3. de energie kunnen opwekken en de handelingen kunnen aansturen die noodzakelijk zijn om op die plek te komen;
  4. ons attent kunnen maken op gevaren en kansen onderweg;
  5. onze acties kunnen aanpassen aan de vereisten van het moment.

Vaak gebeuren deze hersenactiviteiten in relatie en samenwerking met anderen.

Niveau van stress en de invloed op het raampje

In normale omstandigheden, wanneer zich een bedreiging voordoet (waarneming: reptielenbrein), dan signaleert het lichaam dit met een soort alarm (overleven: zoogdierenbrein). Afhankelijk van de mate van het gevaar, zal er een reactie komen van het lichaam. Adrenaline wordt aangemaakt, het hart gaat sneller slaan, het lichaam krijgt meer zuurstof, klaar om in actie te schieten. Dit gebeurt in een fractie van een seconde. De gewaarwording en onze lichamelijke reactie verloopt dus sneller dan de bewustwording, ons rationeel denken (mensenbrein). Is het gevaar geweken, dan komen we opnieuw in een evenwichtstoestand terecht, een zone waarin we optimaal functioneren.

Die zone waarin we optimaal functioneren wordt ook wel window of tolerance genoemd. We spreken hier van ‘het raampje’. Als we ons in ons raampje bevinden, kunnen we ons mensenbrein gebruiken, en kunnen we een bepaalde (gezonde) stress tolereren. Binnen dit raampje is er een optimale samenwerking tussen de verschillende breinen. Dit is een voorwaarde om bepaalde ontwikkelingstaken en belangrijke maatschappelijke taken te kunnen volbrengen. Het is de zone waar kinderen hun potentieel kunnen inzetten, kunnen groeien en kunnen leren.
Wanneer iemand uit zijn raampje gaat, kan dat aangestuurd zijn vanuit het zoogdierenbrein (verhoogde arousal) of vanuit het reptielenbrein (verlaagde arousal).

De bedoeling van de begeleiding is kinderen zich goed te laten voelen in hun vel zodat ze zich zoveel mogelijk binnen het raampje kunnen bevinden en volop kunnen groeien. Als kinderen uit hun raampje (dreigen te) gaan, worden kinderen ondersteund om opnieuw in het raampje te komen, opdat ontwikkelingstaken volbracht kunnen worden.

Know the stage and watch the state (Bruce D. Perry)

Als we sensitief willen werken, is het belangrijk dat we de ‘stage’ en ‘state’ van het kind kennen en begrijpen.
Bij ‘stage’ bedoelen we de fase van emotionele ontwikkeling. Het begrip emotionele ontwikkeling gaat om het leren van emoties en de verdere ontwikkeling hiervan. Binnen deze ontwikkeling is de hechting met de andere van belang.
Vervolgens moeten we ook kijken naar de ‘state’, hierbij doelen we op het venstertje: functioneert het kind nog binnen zijn/haar venster, of net niet. Met het venstertje kunnen we meerdere dingen doen. Daarnaast moeten we zoeken naar triggers, wat is een trigger voor het kind om uit zijn/haar venstertje te gaan? Vervolgens is het belangrijk om te zoeken naar wat er helpt om terug in het venstertje te gaan, hierop ga ik in het volgende stuk dieper in. Als laatste, maar niet onbelangrijk, moeten we als opvoeders ook aandacht hebben voor ons eigen venstertje en waar wij ons bevinden op dat moment. 

Reguleren, relateren, redeneren

Als een kind uit zijn/haar venstertje is, is het belangrijk dat we helpen om terug in het venster te geraken. Dit doen we aan de hand van het principe ‘first regulate, then relate, then reason’, je moet eerst reguleren alvorens je kan relateren of zelfs redeneren.
Als eerste moeten we reguleren. Dit speelt in op het meest basale deel van ons brein, de hersenstam. We gaan het kind reguleren in zijn/haar emoties. Dit gaan we doen aan de hand van vooral sensomotorische activiteiten aan te bieden. Voorbeelden hiervan zijn:

Vervolgens kan je relateren. Hierbij doelen we op het emotionele brein, je gaat de draad terug opnemen met de ander. Bij relateren is het dus belangrijk om in te zetten op de hechtingsband die je hebt met het kind, de jongere of de cliënt.
Voorbeelden:

Als laatste heb je het luik redeneren, hier zetten we in op de cortex. Bij redeneren kan je meer complexe interventies overwegen, je kan praten over wat er gebeurd is.
Voorbeelden van redeneren:

Vaak is het zo dat als er zich een crisis voordoet, je te snel wil redeneren of relateren. Je probeert dan duidelijk te maken aan de ander dat wat hij of zij gedaan heeft, niet past en/of je gekwetst heeft. Uiteraard kan je dat doen, maar op dat moment zit de ander niet in een state waarin hij of zij hieraan gehoor kan geven . Zolang de ander buiten zijn raampje functioneert, is het belangrijk dat je eerst inzet op het helpen reguleren van de ander zodat hij of zij weer functioneert binnen zijn raampje. Eens de ander in zijn of haar raampje is, kan je overgaat tot relateren of redeneren waarbij je moet overwegen wat de ander al dan niet aankan. Niet elk kind en niet elke jongere of cliënt zal er mee gebaat zijn om diepe en complexe gesprekken te houden. Ze zullen wel iets hebben aan het terug opnemen van de draad.

Rustbrengers

Belangrijk is om stressregulatie ook te bekijken vanuit de dynamiek tussen kind, jongere of cliënt en begeleider. Erik De Belie heeft het in die zin over mentaliseren.
Mentaliseren of emotioneel begrijpen omschrijft hij als de innerlijke dialoog tussen het buikgevoel en het reflecterende hoofd. De methodiek van het mentaliseren stelt hij voor als een stapsgewijs en vloeiend proces aan de hand van zes tandwielen die op elkaar ingrijpen en samendraaien.
Hij spreekt ook van het belang om de emotionele spanningsopbouw op te merken en te vertragen en voldoende “ademruimte” in te bouwen.

Gerrit Vignero spreekt binnen zijn model van de Draad en het verbindend werken met cliënten met probleemgedrag van drie vormen van regulatie van stress.
Autoregulatie: regulatie van stress vanuit stressbrein, m.n. dus de overlevingsprocessen (vechten, vluchten, bevriezen). De omgeving ziet dit als probleemgedrag of maladaptief gedrag maar eigenlijk is het een vorm van zelfbeschermend gedrag bij clienten met een laag sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau.
Regulatie door de hechtingsfiguur: op basis van vroegere levenservaringen wordt stress gereguleerd door in relatie te gaan met een hechtingsfiguur,  door in verbinding te gaan met de belangrijke andere die helpt om stress te reguleren. Bij trauma en onveilige hechting zijn de vroegere levenservaringen negatief gekleurd waardoor deze vorm van regulatie bij deze cliënten niet evident is. Ze vallen dan ook vaak terug op autoregulatie.
Zelfregulatie: pas in een verdere ontwikkelingfase kan men stress reguleren vanuit het denkend brein (mensenbrein). Er kan gesproken en gedacht worden over wat nodig is voor regulatie.
Een valkuil in begeleiding is overschatting. Men moedigt cliënten te snel aan tot zelfregulatie en gaat er van uit dat een babbeltje of een goed gesprek kan helpen om te reguleren. Dit kan echter pas wanneer de cliënt na ontregeling terug binnen zijn raampje is én op voorwaarde dat de cliënt deze ontwikkelingsfase bereikt heeft.
De voornaamste taak van de begeleider in begeleiding van kinderen en jongeren met een laag sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau zit hem in het vorm geven aan de emotie.

Stressregulatie en de rustbox

Het stressbrein begeleiden  is een complex gegeven. De rustbox wil vanuit bovenstaande visies verschillende manieren aanreiken om zelf en met kinderen en jongeren en cliënten rond stressregulatie aan de slag te gaan. Het zijn concrete voorbeelden die zijn aangereikt door mensen uit de praktijk. Ze werken voor iedereen anders, afhankelijk van hoe vroegere levenservaringen effect hebben gehad op stressregulatie van de persoon. Sommige worden rustig door te luisteren naar rustige muziek, andere mensen door te luisteren naar Heavy Metal muziek. Sommigen kunnen stress kwijt door zich via sport en beweging af te reageren. Anderen door te gaan chillen of mediteren. De taak van de begeleider is om via een individuele rustplanner op zoek te gaan naar die specifieke manier van stressregulatie die bij de cliënt past. Bij probleemgedrag is het vaak een kwestie van nabij genoeg te blijven en mee vorm te geven aan de emotie. Daar waar in de Sorrybox gesproken wordt van “plaatsvervangend herstel” voor die jongeren die te weinig vaardigheden hebben om hun denkend brein in te zetten om een gemeende sorry aan te bieden, ligt er in de rustbox ook een voorname taak bij de begeleider om mee vorm te geven aan de emotie door “plaatsvervangende regulatie”, zichzelf reguleren om de emotie van de cliënt op te vangen en vorm te geven. Op die manier zet de rustbox evengoed in op stressregulatie van de begeleider. Het is dan ook van belang om als begeleider goed voor jezelf te zorgen en het is de taak van de werkgever maximaal in te zetten op psycho-sociaal welzijn van de begeleider. Zorg als begeleider voor een goede zelfmonitoring en raadpleeg een arts of psycholoog als je eigen stressniveau te hoog wordt of te lang duurt zodat deze ziekmakend of toxisch wordt. www.checkjezelf.be

Bronnen: